Doel en visie: waar de BSN voor staat

Ieder kind (dik, dun, stil, verlegen, ‘lelijk’ of anderszins afwijkend van de grootste gemene deler) is wel ergens goed in en moet daarom alle kans krijgen de kennis en vaardigheden die daarvoor nodig zijn te ontwikkelen. Dat kan in een omgeving die veilig is en waar, in onderlinge afstemming en samenwerking, een scala aan activiteiten geboden wordt, zowel onder als buiten schooltijd. Komt een kind op de ene plek niet goed uit de verf, dan is er binnen de BSN wel een andere plek waar dat wel gebeurt. Daarom is er (en dat onderscheidt de BSN van andere brede scholen) directe, nauwe samenwerking tussen de drie basisscholen -openbaar, protestants-christelijk en katholiek daltononderwijs-, de kinderopvang, buitenschoolse opvang en buurtschoolwerk. Zij hanteren allen dezelfde pedagogische benadering, die gericht is op de universele behoeften van ieder mens:

Daarnaast groeit ieder kind op in een samenleving waarin mensen wonen die er anders uitzien, zich anders gedragen, van een andere leeftijd zijn, andere gewoonten hebben of op een andere manier anders zijn dan zijzelf. De BSN wil het kind daarom zoveel mogelijk laten kennis laten maken met en respect bijbrengen voor verschillende maatschappelijke disciplines. Met andere woorden: we willen het kind laten leven in een minimaatschappij, onder het motto “It takes a whole village to raise a child”. Daarom

Tot slot wil de BSN een bijdrage leveren aan de totstandkoming van dagarrangementen, zodat kinderen -indien nodig- van ’s morgens tot ’s avonds een verantwoorde, kwalitatief hoogwaardige, maar ook ontspannen invulling van de dag hebben.
In de omgang met kinderen bepalen deze uitgangspunten het gezamenlijke pedagogische beleid, met als doel om voor elk kind het talent naar boven te brengen, dat in hem of haar huist.